Een korte analyse van de miljoenennota voor 2017 door Martijn Schut

Wat heeft de Miljoenennota die op de derde dinsdag van september werd gepresenteerd voor gevolgen voor armoede(bestrijding)? Met dank aan Martijn Schut.

Budgetten voor armoedebestrijding onder ouderen.
Specifiek voor armoedebestrijding onder ouderen met een bijstandsuitkering stelt het kabinet in 2017 en 2018 in totaal € 7,5 miljoen beschikbaar via het Gemeentefonds. Hieraan worden geen nadere regels gesteld, maar er is met name gedacht aan bijzondere bijstand voor gepensioneerden zonder volledige AOW. Deze groep kan via de SVB weliswaar een beroep doen op algemene bijstand in de vorm van Aanvullende Inkomensondersteuning voor Ouderen (AIO), maar is op de gemeente aangewezen in situaties waarin bijzondere bijstand nodig kan zijn. Dit is een aanvulling op de middelen die al in het kader van armoedebestrijding beschikbaar komen.

Armoedebestrijding voor kinderen.
Het Rijk stelt structureel € 100 miljoen beschikbaar voor benodigdheden voor kinderen (0 tot 18 jaar) waardoor ze mee kunnen doen en die ze nu missen door armoede. Het gaat bijvoorbeeld om schoolbenodigdheden, sportattributen, zwemles, kleding of schoolreisje. Van deze € 100 miljoen zal € 85 miljoen structureel beschikbaar worden gesteld aan gemeenten via een decentralisatieuitkering, verdeeld naar rato van het aantal kinderen in de gemeente dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen. Inzet is dat er geen verdringing van bestaand beleid plaatsvindt: Het kabinet vindt het belangrijk dat de huidige inzet van middelen door gemeenten onverminderd wordt voortgezet. De extra middelen dienen als aanvullende impuls. Het streven van Klijnsma is om voor 1 november met de VNG tot afspraken te komen.

Inkomensmaatregelen
In 2017 wordt de armoedeval kleiner. Werkenden met een lager inkomen gaan er het meeste op vooruit. Zij profiteren niet alleen van de maatregelen uit het koopkrachtpakket, maar ook van de verhoging van de maximale arbeidskorting met € 110 tot € 3.223. Tegelijkertijd wordt de arbeidskorting € 2.325 eerder afgebouwd, vanaf € 32.444 in 2017, maar met een lager percentage (3,6%) dan in 2016 (4%);
Een beleidsmatige verhoging van de algemene heffingskorting met €5 tot €2.254 in 2017;
Een beleidsmatige verhoging van de ouderenkorting tot de inkomensgrens met €101 tot €1.292 in 2017;
De eerste- en tweede-kindbedragen in het kindgebonden budget worden met respectievelijk €100 en €67 verhoogd;
Afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de sociale zekerheid naar 1,8125 vanaf januari 2017 en 1,8 vanaf juli 2017 en versobering uitbetaling algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner naar 40% in 2017. Let op: dit betekent een verlaging van het sociaal minimum.

Zorgtoeslag neemt toe volgend jaar.
De normpercentages van de zorgtoeslag worden verhoogd. De zorgtoeslag stijgt hierdoor met €15 voor een alleenstaande en €33 voor een paar. Dit bovenop de stijging van de zorgtoeslag als gevolg van de hogere zorgpremie;

Huurtoeslag wordt iets meer door andere berekening
Vanaf 1 januari 2017 wordt de eigen bijdrage in de huurtoeslag structureel verlaagd. De verlaging van de eigen bijdrage is vormgegeven door de opslag op de normhuur (de opslag plus de normhuur is het bedrag dat voor eigen rekening komt van de huurtoeslagontvanger) met €10,50 per maand te verlagen. Elke huurtoeslagontvanger met een huur hoger dan de normhuur (ongeveer €230 per maand) heeft hierdoor een positief inkomenseffect van €10,50 per maand. Voor de ontvangers van huurtoeslag is het gemiddelde positieve inkomenseffect 0,6%.

Het Nibud presenteerde vorige week koopkrachtplaatjes voor uiteenlopende huishoudens. Gevolg van bovenstaande inkomensmaatregelen is dat lage inkomens er volgend jaar op vooruit gaan.

Meer informatie : info@martijnschut.eu of www.martijnschut.eu